Aanmelden
(alleen voor beheerders)
Wachtwoord vergeten?
Schriftelijke zaalvoetbal
vraag 01
De lijnen :
a. zijn neutraal gebied.
b. zijn neutraal gebied, uitgezonderd de middencirkel.
c. behoren tot het gebied dat zij begrenzen.
d. behoren niet tot het gebied dat zij begrenzen.
Het juiste antwoord is C
vraag 02
Mag een coach tijdens de wedstrijd als speler gaan fungeren?
a. dit is nooit toegestaan.
b. dit mag slechts tijdens de rust geschieden.
c. dit mag alleen maar als het betreffende team over maximaal 10 spelers beschikt.
d. hij mag onbeperkt wisselen met een speler. Het spel dient dan wel dood te zijn.
Het juiste antwoord is A
vraag 03
De strafschopnemer moet de strafschop nemen :
a. binnen 4 seconden.
b. binnen 4 seconden na het fluitsignaal.
c. zo snel mogelijk na het fluitsignaal.
d. als de doelverdediger op de doellijn staat.
Het juiste antwoord is B
vraag 04
Voordat de strafschop is genomen fluit de secretaris voor een foutieve wissel. De scheidsrechter zal nu :
a. de strafschop niet meer laten nemen.
b. de strafschop wel laten nemen.
c. de wedstrijd hervatten met een indirecte vrije schop op de middenlijn.
d. de wedstrijd hervatten
Het juiste antwoord is B
vraag 05
Een strafschop, die wordt genomen na de officiële speeltijd, wordt door de doelverdediger gestopt. De bal komt terug bij de nemer, die nu wel scoort. Wat beslist de scheidsrechter?
a. doelpunt.
b. indirecte vrije schop.
c. geen doelpunt; de wedstrijd is afgelopen na de eerste uitwerking.
d. alleen doelpunt, wanneer het een strafschoppenserie betreft.
Het juiste antwoord is C
vraag 06
Een tijdstraf moet altijd:
a. worden uitgezeten door de gestrafte speler.
b. volledig worden uitgezeten door een teamgenoot.
c. worden uitgezeten; Desnoods in een volgende wedstrijd.
d. worden doorgegeven aan de KNVB.
Het juiste antwoord is A
vraag 07
De doelverdediger legt de bal op de grond. Als een tegenstander komt aangesneld pakt hij de bal vlug in zijn handen. De scheidsrechter beslist:
a. indirecte vrije schop tegen de doelverdediger.
b. strafschop.
c. directe vrije schop tegen de toesnellende tegenstander.
d. indirecte vrije schop + 2 minuten straftijd voor de doelverdediger.
Het juiste antwoord is A
vraag 08
Wat kan de maximale tijd zijn dat één team na een definitieve verwijdering met één speler minder speelt?
a. 2 minuten.
b. 4 minuten.
c. 7 minuten.
d. 9 minuten.
Het juiste antwoord is D
vraag 09
De hoekschopnemer wacht langer dan 4 seconden bij het nemen van de hoekschop. De toegekende indirecte vrije schop wordt genomen:
a. op de zes‑meterlijn op een willekeurige plaats.
b. op het strafschoppunt midden voor het doel.
c. op het snijpunt van de doellijn en de zijlijn.
d. op het snijpunt van de doellijn en de zes‑meterlijn.
Het juiste antwoord is C
vraag 10
De doelverdediger wil zoveel mogelijk tijd winnen bij het nemen van een doelworp. De scheidsrechter moet nu :
a. de doelverdediger vermanen.
b. niet ingrijpen.
c. de doelverdediger bestraffen met een directe vrije schop op de plaats waar de bal is.
d. de doelverdediger bestraffen met een indirecte vrije schop op de zes‑meterlijn.
Het juiste antwoord is D
vraag 11
Zoals U weet is de dikte van de doelpalen 8 cm. en nu blijkt dat de doellijn tussen de palen 5 cm. breed is. Welke is de juiste stand van de doelen?
a. voorkant palen gelijk met binnenzijde doellijn.
b. achterkant palen gelijk met buitenzijde doellijn.
c. voor‑ en achterzijde palen steken aan beide zijden evenveel over de doellijn.
d. achterkant palen gelijk met binnenzijde doellijn.
Het juiste antwoord is B
vraag 12
Een veldspeler wordt door de scheidsrechter uit het speelveld gezonden, omdat zijn uitrusting niet voldoet aan de gestelde eisen. Dit team moet nu :
a. met een speler minder verder spelen tot het euvel verholpen is en deze speler de scheidsrechter een en ander heeft laten controleren.
b. er kan zo lang een wisselspeler worden ingezet, tot dat het euvel verholpen is.
c. als de secretaris ziet dat de zaak in orde is, mag de speler weer invallen.
d. het restant met een speler minder spelen.
Het juiste antwoord is B
vraag 13
Wie neemt de beslissing of de speeltijd wordt stilgezet voor onderbrekingen?
a. de secretaris.
b. de scheidsrechter.
c. beiden in onderling overleg.
d. de scheidsrechter na overleg met beide aanvoerders.
Het juiste antwoord is B
vraag 14
De doelverdediger heeft binnen zijn strafschopgebied de bal opgevangen. Hoe lang mag hij deze bal vasthouden?
a. hieromtrent bestaan geen voorschriften.
b. hij moet de bal binnen 4 seconden wegwerken.
c. hij mag de bal zolang vasthouden als hij verkiest, want hij mag aangevallen worden.
d. hij mag de bal vasthouden zolang hij het maar niet doet met het oogmerk de bal aan het spel te onttrekken.
Het juiste antwoord is B
vraag 15
Een verdediger schiet de bal uit een directe vrije schop van buiten het strafschopgebied rechtstreeks in het eigen doel. Wat is de juiste beslissing van de scheidsrechter?
a. doelpunt.
b. hoekschop.
c. doelworp.
d. scheidsrechtersbal.
Het juiste antwoord is B
vraag 16
Een speler houdt een tegenstander op het middenveld vast. De scheidsrechter beslist.
a. strafschop + zaalverwijdering door het tonen van een rode kaart
b. strafschop + 2 minuten straftijd door het tonen van een gele kaart.
c. indirecte vrije schop.
- directe vrije schop + 2 minuten straftijd door het tonen van een gele kaart.
Het juiste antwoord is D
vraag 17
Nadat de scheidsrechter heeft gefloten voor een hoekschop, trapt de doelverdediger uit protest de bal in de tribune. De scheidsrechter beslist:
a. strafschop.
b. straftijd voor de doelverdediger.
c. hoekschop.
d. hoekschop + straftijd voor de doelverdediger.
Het juiste antwoord is D
vraag 18
De bal dreigt in het verlaten doel te rollen. Alle aanvallers staan buiten het strafschopgebied. Op het laatste moment weet een verdediger de bal al glijdend van de doellijn weg te trappen; de bal komt nu naast het doel achter de doellijn terecht. De scheidsrechter zal nu:
a. een strafschop toekennen + 2 minuten straftijd door het tonen van een gele kaart.
b. een hoekschop toekennen.
c. een vrije schop toekennen aan de aanvallende partij.
d. een hoekschop toekennen + 2 minuten straftijddoor het tonen van een gele kaart
Het juiste antwoord is B
vraag 19
Voor het nemen van de hoekschop wordt de bal op de bestemde plaats neergelegd, maar voordat de hoekschop genomen wordt rolt de bal weg en komt geheel achter de doellijn. De aldus genomen hoekschop verdwijnt met effect rechtstreeks in het doel. De scheidsrechter moet nu :
a. doelpunt toekennen.
b. hoekschop laten overnemen.
c. de nemer bestraffen met een indirecte vrije schop.
d. indirecte vrije schop toekennen aan de tegenpartij op de doellijn.
Het juiste antwoord is B
vraag 20
Op welke wijze mag een doelverdediger wiens straftijd is verstreken weer aan het spel deelne-men?
a. hij mag onmiddellijk zijn plaats innemen of het team mag worden gecompleteerd met een veldspeler.
b. hij mag zijn plaats innemen na het fluitsignaal van de secretaris, nadat het spel voor de eerste maal dood is na het verstrijken van de straftijd.
c. de secretaris moet de wedstrijd onderbreken.
d. op een teken van de scheidsrechter mag hij het speelveld betreden.
Het juiste antwoord is A
vraag 21
Een verdediger neemt een directe vrije schop op de zes‑meterlijn van zijn eigen strafschopgebied.
De bal wordt rechtstreeks in eigen doel geplaatst. De scheidsrechter beslist:
a. aftrap na geldig doelpunt.
b. doelworp.
c. directe vrije schop overnemen.
d. hoekschop.
Het juiste antwoord is C
vraag 22
Een strafschop kan alleen worden toegekend voor een overtreding, die is begaan:
a. op de eigen speelhelft.
b. binnen het eigen strafschopgebied, als de bal in het spel is.
c. binnen het speelveld.
d. binnen het eigen strafschopgebied.
Het juiste antwoord is B
vraag 23
Indien de secretaris gebruik maakt van een elektronische klok moet hij hierbij tevens:
a. de assistent - scheidsrechters erop wijzen de tijd in de gaten te houden.
b. steeds de tijd bijhouden via eigen tijdwaarneming.
c. de in de sporthal aanwezige klok raadplegen.
d. deze klok 1 minuut voor het verstrijken van de officiële speeltijd van de eerste en tweede speelhelft stop zetten.
Het juiste antwoord is D
vraag 24
De bal komt, voordat deze geheel en al de zijlijn is gepasseerd, tegen een nog buiten het speelveld staande wisselspeler. De scheidsrechter zal nu:
a. gewoon door laten spelen.
b. onderbreken en hervatten met een scheidsrechtersbal.
c. intrap toekennen aan de tegenpartij van de wisselspeler.
d. indirecte vrije schop toekennen aan de tegenpartij van de wisselspeler.
Het juiste antwoord is B
vraag 25
Bij een scheidsrechtersbal?
a. mogen zoveel mogelijk spelers aanwezig zijn.
b. moeten van iedere partij spelers aanwezig zijn.
c. moet van iedere partij minstens 1 speler aanwezig zijn.
d. mag van iedere partij 1 speler aanwezig zijn.
Het juiste antwoord is D
vraag 26
Hoe moet opzettelijk de bal spelen met de hand op het middenveld worden bestraft, wanneer er wel sprake is van spelbederf, maar geen duidelijke scoringskans aanwezig is?
a. directe vrije schop.
b. 2 minuten straftijd door het tonen van een gele kaart.
c. directe vrije schop + 2 minuten straftijd door het tonen van een gele kaart
d. strafschop + 2 minuten straftijd door het tonen van een gele kaart.
Het juiste antwoord is C
vraag 27
Een sliding is alleen strafbaar:
a. als er een doelrijpe kans aanwezig is.
b. als er een tegenstander in de buurt is.
c. als deze plaatsvindt op de eigen speelhelft.
d. in het eigen strafschopgebied.
Het juiste antwoord is B
vraag 28
Als een speler de scheidsrechter beledigt vóór aanvang van de wedstrijd:
a. wordt de wedstrijd aangevangen met een strafschop.
b. wordt de speler weggestuurd; hij mag niet worden vervangen.
c. wordt de speler weggestuurd; hij mag wel worden vervangen.
d. begint deze speler de wedstrijd op de strafbank (2 minuten).
Het juiste antwoord is C
vraag 29
De doelverdediger werpt de bal na een doelworp naar een medespeler die zich buiten het strafschopgebied bevindt. Deze speler plaatst de bal terug naar de doelverdediger. Deze doelverdediger mag :
a. de bal in zijn strafschopgebied alleen met de voeten spelen.
b. de bal slechts één maal in zijn handen nemen.
c. de bal niet meer aanraken in zijn strafschopgebied.
d. met de bal dribbelen tot buiten zijn strafschopgebied, mits dit gebeurt binnen 4 seconden
Het juiste antwoord is D
vraag 30
Onder een gewelddadige handeling wordt verstaan:
a. het op ruwe wijze aanvallen van een tegenstander.
b. het uit balorigheid wegtrappen van de bal.
c. het slaan of pogen tot slaan.
d. het bij herhaling overtreden van dezelfde spelregel.
Het juiste antwoord is C
vraag 31
Aan welke eisen moet een wedstrijdbal voldoen?
a. de bal moet bolvormig en van leer zijn.
b. de bal moet van leer zijn en een omtrek hebben van 62 t/m 66 cm.
c. de bal moet bolvormig zijn, van leer en een omtrek hebben van 62 t/m 66 cm.
d. de bal moet bolvormig zijn, van leer of ander goedgekeurd materiaal en een omtrek hebben van 62 t/m 66 cm.
Het juiste antwoord is D
vraag 32
De scheidsrechter onderbreekt het spel wegens een ernstige blessure van de doelverdediger. De bal is op dat moment nabij de middenlijn. Hoe moet het spel worden hervat?
a. met een indirecte vrije schop op de zes‑meterlijn.
b. met een scheidsrechtersbal op de zes‑meterlijn.
c. met een indirecte vrije schop nabij de middenlijn.
d. met een scheidsrechtersbal nabij de middenlijn.
Het juiste antwoord is D
vraag 33
Mag een speler die een strafschop neemt een aanloop nemen?
a. neen, dat mag niet.
b. ja, dat mag.
c. ja, doch binnen dat gebied dat wordt begrensd door de middenlijn.
d. ja, mits de aanloop niet langer is dan 9 meter.
Het juiste antwoord is B
vraag 34
Bij een strafschop, die wordt gestopt door de doelverdediger, loopt een aanvaller te vroeg toe en komt binnen 5 meter van het strafschoppunt. De scheidsrechter beslist:
a. overnemen.
b. scheidsrechtersbal.
c. doelworp.
d. indirecte vrije schop.
Het juiste antwoord is D
vraag 35
De scheidsrechter kent een scheidsrechtersbal toe binnen het strafschopgebied. De scheidsrechtersbal moet genomen worden:
a. op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
b. op de doellijn.
c. midden voor het doel op 5 meter afstand van de doellijn.
d. op de zesmeterlijn
Het juiste antwoord is D
vraag 36
Een doelverdediger glijdt binnen zijn strafschopgebied de bal met een sliding weg voor een tegenstander. Wat is de juiste beslissing van de scheidsrechter?
a. doorspelen.
b. directe vrije schop + 2 minuten straftijd door het tonen van een gele kaart
- directe vrije schop + definitieve verwijdering door het tonen van een rode kaart.
- strafschop + 2 minuten straftijd door het tonen van een gele kaart of definitieve verwijdering door het tonen van een rode kaart.
Het juiste antwoord is D
vraag 37
De doelverdediger onderschept in zijn strafschopgebied de bal, maar glijdt uit en komt met zijn benen buiten het strafschopgebied, terwijl de bal binnen het strafschopgebied is. De scheidsrechter moet nu:
a. directe vrije schop toekennen op de zes‑meterlijn.
b. door laten spelen.
c. strafschop toekennen.
d. strafschop toekennen en 2 minuten straftijd wegens het spelen van de bal met de hand.
Het juiste antwoord is B
vraag 38
Op het moment dat de bal in het spel is fluit de secretaris voor een tweede foutieve wissel.
Wat is de juiste beslissing van de scheidsrechter?
a. indirecte vrije schop op de plaats waar de bal zich bevond + 2 minuten straftijd.
b. indirecte vrije schop op de plaats waar de wissel moet plaatsvinden + 2 minuten straftijd.
c. scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal zich bevond + 2 minuten straftijd.
d. scheidsrechtersbal op de plaats waar foutief werd gewisseld + 2 minuten straftijd.
Het juiste antwoord is A
vraag 39
Wanneer gaat bij het nemen van de doelworp de 4 seconden‑regel in?
a. wanneer de doelverdediger in het bezit van de bal in het doel staat.
b. zodra de doelverdediger de bal in zijn bezit heeft gekregen.
c. zodra de doelverdediger de bal in zijn bezit heeft gekregen en binnen zijn strafschopgebied is gekomen.
d. zodra de bal over de doellijn is gegaan.
Het juiste antwoord is C
vraag 40
Bij welke van de volgende overtredingen behoort geen straftijd?
a. het uitvoeren van een sliding die strafbaar is.
b. een tegenstander toeroepen met de bedoeling deze te misleiden.
c. het plegen van spelbederf.
d. het op ruwe of gevaarlijke wijze aanvallen van een tegenstander.
Het juiste antwoord is B
vraag 41
Een tijdens de wedstrijd definitief verwijderde speler:
a. moet de zaal verlaten.
b. moet de zaal verlaten en mag nooit vervangen worden.
c. moet de zaal verlaten; zijn team mag na 5 minuten aangevuld worden.
d. moet de zaal verlaten of plaats nemen op de strafbank.
Het juiste antwoord is C
vraag 42
De assistent - scheidsrechter wordt door de scheidsrechter weggestuurd wegens onbehoorlijk gedrag.
a. er mag geen vervanger worden aangesteld.
b. er moet een vervanger worden aangesteld.
c. er kan een vervanger worden aangesteld; een en ander moet gerapporteerd worden.
d. er kan een vervanger worden aangesteld; een en ander hoeft niet gerapporteerd te worden.
Het juiste antwoord is C
vraag 43
De beginschop wordt niet binnen 4 seconden genomen. De spelhervatting is nu:
a. scheidsrechtersbal.
b. beginschop voor de andere partij.
c. indirecte vrije schop voor de tegenpartij.
d. directe vrije schop + 2 minuten straftijd door het tonen van een gele kaart
Het juiste antwoord is C
vraag 44
De doelverdediger werpt zich in zijn strafschopgebied op de bal. De tegenstander, die het laatst de bal speelde, komt toelopen en kan niet tijdig afremmen. Hij struikelt over de op de vloer liggende doelverdediger. De scheidsrechter moet nu:
a. strafschop toekennen + 2 minuten straftijd door het tonen van een gele kaart aan de doelverdediger.
b. gewoon door laten spelen.
c. directe vrije schop tegen de doelverdediger + 2 minuten straftijd door het tonen van een gele kaart.
d. hervatten met een scheidsrechtersbal op het strafschoppunt.
Het juiste antwoord is B
vraag 45
Terwijl het spel dood is, maakt een speler zijn misnoegen over een door de scheidsrechter genomen beslissing kenbaar door de bal hard weg te trappen. Wat is de juiste beslissing van de scheidsrechter?
a. officiële waarschuwing.
b. 2 minuten straftijddoor.
c. hij laat het spel zonder meer hervatten.
d. 2 minuten straftijd en het spel laten hervatten met een scheidsrechtersbal.
Het juiste antwoord is B
vraag 46
Een speler die een ernstige overtreding maakt, terwijl de scheidsrechter de voordeelregel toepast, moet alsnog:
a. een vermaning ontvangen.
b. bestraft worden met 2 minuten straftijd of definitieve verwijdering.
c. kan worden afgedaan met een berisping.
d. bestraft worden met een strafschop.
Het juiste antwoord is B
vraag 47
Een wisselspeler op de bank beledigt de scheidsrechter op grove wijze. De secretaris hoort dit en attendeert de scheidsrechter hierop als het spel dood is. Bedoelde speler:
a. krijgt alsnog een straftijd van 2 minuten.
b. krijgt een directe vrije schop tegen.
c. moet de zaal verlaten, maar mag vervangen worden.
d. moet de zaal verlaten, maar mag niet vervangen worden.
Het juiste antwoord is D
vraag 48
Bij het nemen van een doelworp komt de doelverdediger met de bal in zijn hand buiten zijn strafschopgebied. Wat is de juiste beslissing van de scheidsrechter?
a. hij geeft een directe vrije schop aan de tegenpartij.
b. hij geeft een strafschop aan de tegenpartij.
c. hij laat de doelworp overnemen.
d. hij geeft een strafschop aan de tegenpartij alsmede 2 minuten straftijd.
Het juiste antwoord is C
vraag 49
Gevaarlijk aanvallen binnen het eigen strafschopgebied wordt bestraft met een:
- indirecte vrije schop + straftijd
b. strafschop + straftijd
c. met een strafschop.
d. met een strafschop en een vermaning.
Het juiste antwoord is B
vraag 50
Bij het nemen van een indirecte of directe vrije schop:
a. moet de scheidsrechter een fluitsignaal geven.
b. moet de bal stil liggen.
c. mag de bal niet achteruit rollen.
d. hoeft de bal niet stil te liggen.
Het juiste antwoord is B
|
1 |



